Monday 25 August 2014

Nieuwe Europese Richtlijn versterkt rol advocaat in strafprocedure


De (voorlopig) laatste Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 vormt een verdere uitbreiding op de Salduz-rechtspraak zoals ontwikkeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Europese regelgeving die hieruit werd ontwikkeld.
Door de nieuwe richtlijn wordt het recht op toegang tot een advocaat voor verdachten verruimd en uitgebreid tot alle categorieën van verdachten, ongeacht of deze van hun vrijheid beroofd zijn. Ook voorziet de richtlijn in een actievere rol voor advocaten. Het is uiteraard afwachten hoe de Belgische wetgeving hieraan zal tegemoetkomen. Één ding is zeker, de richtlijn dwingt de lidstaten om de aangepaste regelgeving vanaf 27 november 2016 in werking te laten treden.


De huidige wetgeving in België beperkt de vrije toegang tot een advocaat tot de categorie van verdachten die van hun vrijheid zijn beroofd en enkel tijdens de verhoren die in de eerste 24 uren vanaf de vrijheidsberoving plaatsvinden. Bovendien is de aanwezige advocaat enkel een bewaker van de rechten van verdediging, en wordt van hem geen actieve deelneming aan het verhoor getolereerd.

De voorbije jaren wordt vanuit Europa evenwel de druk opgevoerd om de bestaande Salduz-regelgevingen in de diverse lidstaten te wijzigen en om in alle lidstaten eenzelfde minimale bescherming op het vlak van strafprocedurele rechten te voorzien. Hiertoe nam de Raad op 30 november 2009 een resolutie aan over een “routekaart” ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures.

De Richtlijn 2013/48/EU is een onderdeel van deze “routekaart” en is ingegeven vanuit de idee dat iedere verdachte, ongeacht zijn hoedanigheid, zonder onnodig uitstel toegang heeft tot zijn advocaat opdat hij zijn rechten van verdediging daadwerkelijk zou kunnen uitoefenen. Om dit te garanderen, hanteert de richtlijn vooreerst een breed toepassingsgebied en geldt zij voor alle verdachten en beklaagden in een strafprocedure vanaf het ogenblik waarop een officiële instantie hen laat weten dat zij verdacht worden van een misdrijf, tot op het moment van beëindiging van de procedure. Het is aldus zonder belang of men al dan niet in vrijheid is.

Daarnaast kent de richtlijn een actieve rol toe aan de advocaat. De verdachte heeft het recht om zijn advocaat onder vier ogen te ontmoeten en vertrouwelijk met hem te communiceren. Nieuw is dat de advocaat nu ook zelf de mogelijk heeft om actief deel te nemen aan het verhoor en desgevallend vragen te stellen of verklaringen af te leggen. Daarenboven stipuleert de richtlijn dat de advocaat aanwezig mag zijn bij gewone confrontaties, meervoudige confrontaties (line-up) en reconstructies.

De richtlijn levert een minimumbescherming waardoor het recht tot toegang tot de advocaat slechts in bijzondere omstandigheden tijdens het vooronderzoek kan worden uitgesloten wanneer dwingende redenen zoals omschreven in de richtlijn dat rechtvaardigen. Uitzonderingen zijn enkel toegelaten wanneer het een dringende noodzaak betreft ofwel om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysische integriteit van een persoon te voorkomen ofwel om een situatie te voorkomen die de strafprocedure substantiële schade kan toebrengen. De afwijkingen zijn gekoppeld aan een strikt beperkte geldingsduur en het evenredigheidsprincipe.

Het is duidelijk dat de Belgische wetgever nog heel wat werk voor de boeg heeft om de huidige wetgeving aan de passen aan de Europese doelstellingen. Advocaten dienen evenwel niet te wachten tot 27 november 2016 om hun actieve rol op te nemen aangezien de richtlijn rechtstreekse werking heeft in de Europese lidstaten.