Monday 19 January 2015

"Wet op dubbele achternaam is vrouwonvriendelijk

Een vrouw uit Chièvres heeft bij het Grondwettelijk Hof klacht ingediend tegen de wet over de dubbele familienaam."

Related article

Bron: De Standaard 21.11.2014


Eerder kon u reeds op onze website lezen dat er in februari 2014 een wetsontwerp is ingediend door voormalig minister van justitie, Annemie Turtelboom, waardoor ouders de mogelijkheid krijgen de familienaam van hun kinderen te kiezen. Inmiddels is het wetsontwerp omgevormd tot wet, hetwelk in werking trad op 1 juni 2014. Nog geen half jaar na haar inwerkingtreding rijzen reeds de eerste problemen. Een vrouw uit Chièvres heeft namelijk klacht ingediend bij het Grondwettelijk Hof tegen de wet. Dat het kind bij onenigheid tussen de ouders automatisch de naam van de vader krijgt, is volgens haar een vorm van discriminatie.

Wie had gedacht dat de wet volledig het hoofd zou bieden aan de achterhaalde patriarchale cultuur, heeft het mis. De wet bepaalt immers dat wanneer de ouders geen overeenstemming bereiken omtrent de familienaam, het kind automatisch de naam van de vader krijgt toegekend. Het overkwam Virginie Voronine. Omwille van een conflict met haar ex-man, kreeg hun kind –  volledig overeenkomstig de wet- de familienaam van de vader.


Gedreven door een gevoel van onbehagen, stapte de vrouw naar het Grondwettelijk Hof teneinde de wet ongedaan te maken. Zij hoopt dat de wet zal worden herschreven, minstens dat er in een procedure wordt voorzien waarbij de vrouw in dergelijke situaties haar protest kan uiten. De advocaat van Voronine motiveert de juridisch drastische stap met een beweerde schending van de gelijkheid tussen man en vrouw.

Het Grondwettelijk Hof staat zodoende voor de moeilijke taak de nieuwe wet te toetsen aan artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hierbij wordt er nagegaan of er sprake is van discriminatie en, zo ja, of deze objectief en redelijk is en gerechtvaardigd is door een hoger maatschappelijk doel. Het resultaat zal aldus afhangen van de evenwichtsoefening door het Grondwettelijk Hof. In het verleden oordeelde het Hof reeds dat het doorgeven van de familienaam geen grondrecht is. Of de procedure al dan niet op een succes zal uitdraaien, is dus onvoorspelbaar.

Hoe dan ook, het verbaast ons niet dat de eerste problemen aangaande de wet reeds enkele maanden na haar inwerkingtreding optreden. De keuzemogelijkheden die werden gecreëerd door de wet zijn dan ook legio. Vraag is echter of de wet daadwerkelijk verandering teweeg brengt of eerder een pro forma oplossing biedt. Hoewel bij de stemming over de wet verschillende politieke partijen een amendement hebben ingediend dat bepaalt dat een dubbele achternaam vader-moeder de standaard wordt indien de ouders niet overeenkomen, werd er uiteindelijk toch geopteerd voor de bevestiging van een jarenlange traditie. De man behoudt de mogelijkheid zijn veto te stellen, met zijn naam tot gevolg. Vanuit die optiek, schiet de wet tekort aan haar doel om de vrouw op een gelijk niveau te brengen.

Het blijkt dat er uiteindelijk geen sprake is van méér gelijkheid, maar dat de weegschaal van Vrouwe Justitia op de zo beweerde ongelijke hoogte blijft. Waarom men niet vastgehouden heeft aan de amenderingen tijdens het wetgevingsproces, is onduidelijk. Of toch niet? Wenste men de wet tot stand te brengen om effectief tegemoet te komen aan de frustraties van vele vrouwen of is zij eerder tot stand gekomen omwille van politiek propagandistische redenen (lees: verkiezingen d.d. 25 mei 2014)? De leemte in de wet wat betreft de mogelijkheden voor de vrouw inzake, doet vermoeden van wel.

De vraag is of het behoud van de traditie noodzakelijk slecht is. De overdracht van vaders’ naam zorgde tot voor kort voor niet veel controverse. Het systeem draaide en de uniformiteit werd gegarandeerd in de maatschappij. Enkel zij die geen juridische vader hadden, kregen moeders’ naam. De verklaring van de overdracht van vaders’ naam is de nood om de geprivilegieerde band tussen moeder en kind, een biologisch onbreekbare band, te compenseren. Meer nog, dat een kind de naam van de vader draagt, is de veruitwendiging van de (juridische) verantwoordelijkheid vanwege de vader voor het kind. De onderhoudsplicht wordt zo gegarandeerd.

De meningen zijn verdeeld en dat doet niet verbazen. Wat voor de ene een revolutie markeert, betekent voor de andere een stap achteruit. Wat er ook van zij, het Grondwettelijk Hof staat voor een moeilijke beslissing. Wordt de wet vernietigd en wordt de incompetentie van de wetgever daarmee aangetoond of wordt de wet daarentegen een nieuwe wind ingeblazen? Als rechtspraktizijnen in het gebied en omwille van onze eerdere ervaringen met het Hof op familiaalrechtelijk vlak, wachten wij de resultaten alleszins in volle spanning af. “Als het kind maar een naam heeft”… 

Pascal NELISSEN GRADE
Sanne WIJNANTS