Tuesday 01 March 2016

Het exoneratiebeding

Autosportliefhebbers, zowel op recreatief als op professioneel niveau: AANDACHT!

Een dag doorbrengen op het circuit schijnt onschuldig te zijn, maar het minste ongeluk kan aanleiding geven tot een juridisch probleem. Vaak wordt u de toegang tot het circuit ontzegd tenzij u zich kan vinden in het ondertekenen van bepaalde documenten. Deze documenten bevatten vaak clausules die bepalen dat in het geval van een ongeval geen juridische stappen kunnen ondernomen worden tegen de organisator, deelnemers, supporters etc. De vraag rijst of deze clausules in overeenstemming zijn met het Belgische gemene recht.

 

A.      Het burgerrechtelijk aansprakelijkheidsrecht

Binnen het aansprakelijkheidsrecht stellen artikel 1382 en volgende van het Burgerlijke Wetboek drie cumulatieve voorwaarden voorop:

 1)  Het rijgedrag van de piloot die een fout begaat wordt vergeleken met het rijgedrag dat van een normaal vooruitziend en voorzichtig chauffeur (de bonus pater familias) mag verwacht worden. Een fout kan bestaan uit een inbreuk op een materiële wet of regelgeving, maar ook uit een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsplicht. In de autosport activeert de minste fout de aansprakelijkheid. Het al dan niet bestaan van een fout wordt bepaald door het gedrag van die bewuste piloot te vergelijken met het rijgedrag van een normaal vooruitziend piloot , in dezelfde omstandigheden, en rekening houdend met alle inherente risico’s die aan de sport verbonden zijn.

2) De schade die zich voordoet moet ofwel van materiële (fysieke schade of schade aan goederen) dan wel van morele aard zijn.

 3) Het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade moet worden aangetoond door de benadeelde partij en eventueel vastgesteld worden door de rechter. De rechter moet de vraag stellen of de schade, zoals ze zich heeft voorgedaan, zich zou hebben voorgedaan zonder de fout van de tegenpartij. Indien dit niet het geval is, dan is het oorzakelijk verband bewezen.

 Na deze herhaling van de basisprincipes van het aansprakelijkheidsrecht, kan tot de conclusie gekomen worden dat deze alleen de bovengestelde vraag niet beantwoorden.

 Om de draagwijdte van voormelde clausules te begrijpen is het noodzakelijk terug te grijpen naar het verbintenissenrecht.

 

B.      Het verbintenissenrecht

1) De eerste vraag die rijst is of de betreffende clausules een wederkerige overeenkomst (wat inhoudt dat één of meerdere personen zich er toe verbinden ten opzichte van elkaar iets te geven, te doen of juist niet te doen. Er rust dus een verplichting op beide partijen.) dan wel een éénzijdige verbintenis inhouden ( wat wil zeggen dat er slecht een verplichting rust op 1 van de partijen).

Welnu, het formulier dat u verzocht wordt te tekenen vooraleer een gesloten circuit, een karting, een rallycircuit etc., op te rijden is meestal niet getekend door de organisator. Het betreft dus een éénzijdige “overeenkomst” met een exoneratieclausule, die enkel ondertekend zal zijn door de deelnemer.

 Het wordt algemeen erkend dat een exoneratieclausule, waardoor de deelnemer voorafgaand al afstand doet van elke mogelijkheid tot recuperatie van de schade, een contractuele verbintenis betreft.

 2) De exoneratieclausules die de aansprakelijkheid van derden uitsluiten, zijn in principe rechtsgeldig; toch heeft de rechtsleer hier enkele beperkingen aan gesteld:

 

a)      De zware fout

De algemeen erkende definitie van een zware fout luidt als volgt:  “een tekortkoming die zelfs niet wordt begaan door de meest onvoorzichtige persoon” .

 De exoneratieclausules of clausules die een beperking van aansprakelijkheid inhouden mogen zich uitstrekken tot de zware fout, op voorwaarde dat dit expliciet wordt vermeld in de clausule. In dat geval moet de persoon die de zware fout heeft begaan, instaan voor de schade.

 

b)      Bedrog

Bedrog kan gezien worden als een door de tegenpartij opzettelijk veroorzaakte verkeerde voorstelling van zaken door bijvoorbeeld het verzwijgen van dingen. In die mate dat de tegenpartij zich verbonden verklaart, waar zij, moest er geen bedrog zijn, dit niet zou gedaan hebben.

 Voorbeelden van bedrog kunnen zijn dat de organisator van een motorsportevenement weet dat zijn circuit in slechte staat verkeert, maar het “vergeet” te vermelden aan de deelnemers of het feit dat de eigenaar van het voertuig niet vermeldt dat er een gebrek is aan de wagen dat aanleiding kan geven tot een ongeval.

 

Zij zullen geen beroep kunnen doen op de exoneratieclause om hun aansprakelijkheid te beperken en zullen dus moeten instaan voor de veroorzaakte schade.

 

c)       Inbreuk op het dwingend recht of de openbare orde

De clausules in kwestie zijn niet rechtsgeldig indien ze een inbreuk inhouden op het dwingend recht of de openbare orde. De rechtspraak werd geconfronteerd met volgende clausule: “Ik neem formeel afstand van elk mogelijk rechtsgeding tegen de Belgische Motorsportfederatie en tegen alle organisatoren van sportevenementen”. Er werd beslist dat een exoneratieclausule geen afstand mag inhouden op de rechtsregels die van openbare orde of dwingend recht zijn.Deze clausule had enkel betrekking op de aansprakelijkheid van de organisator. Deze rechtspraak strekt zich echter uit tot clausules die niet enkel de aansprakelijkheid van de organisator viseren, maar ook elke aansprakelijkheid van deelnemers, toeschouwers, etc.

 

d)      De clausule die het contact van elk mogelijk nut berooft

Een exoneratieclausule mag geen effect hebben op essentiële bestanddelen van het contract; zij mag met andere woorden niet het contract van elk nuttig effect beroven. De rechtspraak is van oordeel dat zulke clausule geïmplementeerd in een koopcontract tussen verkoper en koper, nietig is.

 De deelnemer kan gezien worden als een koper en de organisator als een verkoper in de zin van deze wet. In feite wordt een deelnemer gezien als een huurder, daar het circuit en de auto’s verhuurd worden door onder meer de organisator (bv. tijdens de competitie, track days).

De exenoratieclausule zal dus gezien worden als een inbreuk op de overeenkomst en bijgevolg nietig worden verklaard.

 

3) de tegenwerpelijkheid van een exoneratieclausule is gebonden aan twee voorwaarden :

 1)  de persoon tegen wie de clausule wordt opgeworpen moet in de mogelijkheid zijn geweest om kennis te nemen van de inhoud van de clausule alvorens het contract te hebben getekend;

 

2)  diezelfde persoon moet de clausule met zekerheid hebben aanvaard.

 Diegene die een exoneratieclausule ondertekent, moet er kennis van genomen hebben, en de clausule dus hebben aanvaard. Bijgevolg kan de clausule ook enkel de deelnemer en de organisator binden. Hoe zit het dan ten opzichte van overige deelnemers, toeschouwer etc.?

 

Om een antwoord te formuleren op deze vraag moet een onderscheid gemaakt worden tussen de interne en externe effecten van de clausule naar derden toe.

 

a)      Tegenwerpelijkheid van de externe effecten naar derden toe

Volgens de rechtspraak kunnen derden enkel het bestaan van de clausule als argument opwerpen, zij mogen er geen misbruik van maken om tekort te komen aan hun verplichtingen.

 

b)      Tegenwerpelijkheid van interne effecten naar derden toe

De wet hanteert het principe van de niet-tegenwerpelijkheid van de interne effecten van de clausule ten opzichte van derden. De verplichtingen die de clausule schept, gelden immers enkel ten opzichte van de contractspartijen. Enkel zij mogen hier rechtstreeks rechten uit putten, en ook enkel zij zijn direct gebonden door de verplichtingen uit de clausule.

 De afstand van rechtsvordering ten opzichte van derden kan, in hoofde van het slachtoffer, enkel worden opgeworpen door de medecontractant. Dit vormt een uitzondering op de niet tegenwerpelijkheid aan derden van de interne effecten van een contract.

Overeenkomstig de wet kan de organisator van een sportevenement een deelnemer, die de clausule heeft aanvaard (gezien zijn handtekening op het contract) verbieden zich in rechte te keren tegen een derde, een deelnemer, een organisator, een toeschouwer, etc. Deze laatsten kunnen zich beroepen op de interne effecten, namelijk de afstand van rechtsvordering die de contractant heeft aanvaard, van de clausule.

 Daar de verzekeraar van het slachtoffer van een ongeval gezien wordt als een derde, kan de exoneratieclausule niet tegen hem worden ingeroepen.

 

Conclusie

 

1)      Kan een persoon die de clausule heeft ondertekend (n)iets doen ?

Zoals besproken is een exoneratieclausule in principe rechtsgeldig. Een persoon die de clausule heeft ondertekend kan echter aantonen dat deze niet rechtsgeldig is indien hij kan bewijzen dat er sprake is van :

-          Bedrog van de organisator ;

-          De zware fout van de organisator, deelnemer of supporter ;

-          De inhoud van de clausule schendt de openbare orde ;

-          De clausule berooft het contact van elk nut .

 

2)      De tegenwerpelijkheid van de clausule

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de externe effecten en de interne effecten van de clausule.

 De contractuele partijen alsook de derden ten voordele van wie de clausule gesloten werd kunnen beroep doen op de bepalingen in de clausule en kunnen met andere woorden genieten van de interne effecten ervan. De externe effecten kunnen niet worden tegengeworpen aan een derde die geen contractspartij is. De exoneratieclausule kan bijgevolg niet worden opgeworpen tegen deze derde. Deze derde kan de verzekeraar zijn van het slachtoffer, die de schadevergoeding, betaald aan zijn verzekerde, wil terugvorderen van de veroorzaker van de schade. Deze derde kan bijgevolg, desondanks de exoneratieclausule, de verantwoordelijke partij aanspreken ter compensatie van zijn geleden schade.

 

3)      Dekt de clausule volledig elke persoon die ze heeft getekend en de personen die geviseerd worden in de clausule ?

Diegene die een exoneratieclausule in het contract opneemt, is niet helemaal bevrijd van elke aansprakelijkheid. Hij mag zich niet beroepen op de clausule in volgende gevallen:

-          Indien het slachtoffer kan bewijzen dat er sprake is van een zware fout, bedrog, dat de clausule strijdig is met de opebare orde of dat de clausule het contract berooft van elk mogelijk nut.

 

-          Indien de verzekeraar, die een derde is ten opzichte van de gesloten clausule, zich keert tegen de veroorzaker van de schade om het bedrag terug te vorderen dat hij aan zijn verzekerde heeft moeten betalen.

* * *

 

Om elk misverstand en gevaar voor interpretatie of discussie te vermijden, is het dus essentieel om elke exoneratieclausule te bestuderen, minstens grondig te lezen, alvorens deze te ondertekenen..

Aarzel zeker niet om met mij contact op te nemen voor bijkomende vragen of informatie betreffende dit onderwerp. In voorkomend geval ben ik ter uwer beschikking om u een juridisch advies op maat aan te bieden en een ontwerpdocument “afstand van verhaal” op te stellen.

Ik hoop in elk geval uw aandacht te hebben geprikkeld betreffende dit actueel onderwerp.

 

Met sportieve groeten,

 

 

                               Pascal  NELISSEN GRADE

                               pascal.nelissen@nelissengrade.com