Thursday 08 December 2011

De omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning: een waardige vervanger voor milieu- en bouwvergunning? Een artikel van Jan Stijns, met de medewerking van An Van Uytven.


Ondernemers die willen bouwen of verbouwen met het oog op het voeren van een milieuvergunningsplichtige activiteit, hoeven binnenkort niet langer een stedenbouwkundige vergunning én een milieuvergunning aan te vragen. De Vlaamse Regering wil de administratieve lasten verlagen door beide vergunningen samen te brengen in één omgevingsvergunning. De invoering van de omgevingsvergunning zal voor alle partijen transparantie, tijdswinst en efficiëntie opleveren. In Nederland bestaat al sinds vorig jaar een vergelijkbare omgevingsvergunning.

In het huidige systeem moeten ondernemers die een nieuwe exploitatie willen starten (vb. een nieuwe winkel, een opslagplaats, of een fabriek) nog twee dossiers indienen om twee vergunningen aan te vragen.

Vooreerst dienen zij in het bezit te zijn van een stedenbouwkundige vergunning. Deze geeft de ondernemer de toelating om zijn zaak te (ver)bouwen. In tweede instantie is een milieuvergunning vereist. Deze geeft de ondernemer het recht om te exploiteren.

Rekening houdend met het feit dat een weigering van de ene vergunning een schorsende werking heeft op de toekenning van de andere, hoeft het niet gezegd dat de behandeling van beide procedures tergend veel tijd in beslag neemt. Bovendien dient er rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat tegen een weigering of toekenning van een vergunning door de bevoegde overheid nog steeds verschillende beroepsmogelijkheden open staan, dewelke uiteindelijk zelfs tot bij de Raad van State of Raad voor vergunningsbetwistingen kunnen leiden. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat door dergelijke handelswijze een termijn van 5 jaar al gauw verstreken is.

De omgevingsvergunning die straks zal moeten worden aangevraagd geldt enkel voor 'gemengde projecten', dat wil zeggen voor die projecten die momenteel een stedenbouwkundige vergunning én een milieuvergunning of - melding nodig hebben. In het nieuwe systeem zal aldus één dossier volstaan om de omgevingsvergunning aan te vragen. Die vergunning geeft de ondernemer het recht om zowel te bouwen als te exploiteren. Bovendien zal de ondernemer zijn aanvraag kunnen indienen bij één uniek loket, waarna één openbaar onderzoek en één adviesronde wordt georganiseerd. Uiteindelijk levert één bevoegde overheid de vergunning af. Bovendien wordt de invoering van een permanente vergunning daarbij noodzakelijk geacht.

Het is duidelijk dat de nieuwe omgevingsvergunning voor minder administratieve lasten voor ondernemers zal zorgen en tevens zal leiden tot vereenvoudiging, tijdswinst en meer coherente procedures zonder gevaar voor tegenstrijdige adviezen.

Opvallend is dat aan gemeenten die het (nog) niet zien zitten om een omgevingsvergunning te behandelen, in een overgangsfase de mogelijkheid wordt geboden om tijdelijk deze bevoegdheid over te dragen aan de deputatie. De gemeente moet de deputatie daarvoor dan wel vergoeden.

Afgelopen zomer werd startnota voor deze omgevingsvergunning goedgekeurd, doch het is echter nog maar de vraag wanneer dit uiteindelijk zal resulteren in een decreet en of deze nieuwe vergunning de procedure ook daadwerkelijk efficiënter zal maken.

Tot het zover is, zijn echter nog steeds beide vergunningen vereist. Gelet op het te doorlopen kluwen van procedures is het dan ook zeker aan te raden het advies van een advocaat in te winnen. Zijn tussenkomst zal de procedure gevoelig versnellen.